|
Kerk en duurzaamheid is voor veel mensen niet vanzelfsprekend. Waarom zouden lokale geloofsgemeenschappen zich bezighouden met duurzaamheid. Deze vraag en nog veel meer komen ter sprake in onderstaande tekst:
Voor sommige gelovigen is de relatie tussen kerk en duurzaamheid niet vanzelfsprekend. Zij zijn bijvoorbeeld van mening dat de belofte van God van redding en bevrijding alleen betrekking heeft op het individu, en dan vaak ook nog alleen op zijn of haar ziel. Dienstbaarheid aan de samenleving wordt niet gezien als te behoren tot het wezen van de geloofsgemeenschap. Deze zienswijze is het gevolg van een ontwikkeling binnen onze Westerse cultuur waarbinnen kerk en theologie geen passend antwoord hadden op eigentijdse vragen. Vanaf de Reformatie is religie mede hierdoor van hoeksteen van de samenleving verworden tot slechts een onderdeel ervan. De taak van de kerk is sindsdien steeds meer het verzorgen van de gewonden geworden en niet het inspireren van de hoofdmacht. Naastenliefde is gedevalueerd tot liefdadigheid. Voor anderen daarentegen is de relatie tussen geloofgemeenschap en duurzaamheid geheel vanzelfsprekend. Met veel enthousiasme en energie doen zij mee met maatschappelijke verschijnselen. Niet zelden gaat dit gepaard met een idee van maakbaarheid of de verbeelding dat men al het leed van de wereld op zich moet nemen. Dit laatste verschijnsel wordt ook wel het Atlascomplex genoemd. Duurzaamheid verrijkt echter de lokale geloofsgemeenschap en zet vraagtekens bij deze twee zienswijzen.
De derde weg Duurzaamheid daagt de lokale geloofsgemeenschap uit opnieuw kritisch te kijken naar wat de verhalen in de bijbel zeggen over God en zijn belofte. Wanneer we kijken naar deze verhalen dan zien we al in het begin van de bijbel dat God niet alleen betrokken is op het individu en zijn of haar ziel. In Genesis 1 zien we God al bezig om de hemel en aarde te scheppen. Hij is bezig om de chaos en de oerkrachten hun plaats te wijzen en de aarde bewoonbaar te maken voor al het leven. Johannes 3: 16-17 wordt vaak omschreven als de fundamentele samenvatting van de bijbelse verhalen.. Ook in deze samenvatting vinden we dat God betrokken is op heel zijn schepping: "Want God heeft zijn Zoon niet naar de wereld (kosmos) gezonden om de wereld te veroordelen, maar om door Hem de wereld te redden." Het gaat God dus niet alleen om de individuele mens, maar om de kosmos, om de schepping in z'n geheel. Ook Paulus heeft het in zijn brief aan de gemeente te Rome (Romeinen 11: 12,15) niet alleen over de mens, maar over de wereld (kosmos). God is bezig om van deze wereld een woonplaats te maken voor al het leven. Hij wil dit echter niet alleen doen.
God roept de mens In het scheppingsverhaal heeft God ook een taak in gedachten voor de mens. Hij roept mensen om in vrijheid met hem mee te doen. God wil met mensen een verbond sluiten. Een verbond waarbinnen de mens meedoet met God. Het verbond markeert een geschiedenis waarin God de mens roept om deel te nemen aan de opbouw van de wereld.. De geloofsgemeenschap bestaat uit mensen die gehoor proberen te geven aan deze roeping. Soms wordt deze roeping sterk vergeestelijkt. Maar in Genesis 2: 15 klinkt deze roeping heel praktisch. De mens wordt geroepen om de aarde te bewerken en te bewaren. Het doel van dit Hebreeuwse woordpaar awoda en sjamar (bewerken en bewaren) is om de tuin (de planten, de bomen en de dieren) tot zijn recht en bestemming te laten komen. De dieren en de aarde staan in dienst van de mens, maar het is niet hun bestemming om alleen maar de mens te dienen. Ze hebben ook een eigen bestemming die de mens dient te respecteren. Ze staan dus in dienst van elkaar en samen staan zij in dienst van God en zijn rijk. De Benedictijnse traditie kent een sterk besef dat de roep van God niet alleen geldt voor het geestelijk leven maar voor alle aspecten van het leven, zie box.
God roept de mens dus om in alle aspecten van het leven bij te dragen aan de opbouw van de wereld, maar Hij stelt aan deze taak meteen grenzen. De mens mag van één boom niet eten. De mens moet grenzen accepteren. Verderop in het Genesisverhaal eten Adam en Eva toch van deze boom omdat ze willen zijn als God. Het ligt echter niet in de aard van de mens om te zijn als God. Dat is een jas die de mens niet past, ook al is de mens vaak geneigd om deze jas aan te willen trekken. In onze tijd van maakbaarheid is dat niet anders dan in dit eerste verhaal van de bijbel. Miskenning of overschatting van de van God ontvangen taak leidt uiteindelijk tot schade voor de mens.
Sjaloom Mensen worden ook vandaag de dag geroepen mee te doen in dienst van het koninkrijk van God. Mensen mogen stenen aanleveren, die later, misschien tot hun verbazing, onderdeel blijken uit te maken van een prachtige door God gebouwde kathedraal. Een illustratie hiervan vinden we verderop in de doordenking van 'people'. Deze doordenking begint met het verhaal van de Engelse priester Trevor Huddleston. In het Zuid-Afrika van de apartheid neemt hij, als groet, zijn hoed af voor een zwarte en ongeletterde vrouw, die met haar kind op een terras staat. Deze vrouw bestaat niet in de ogen van die samenleving. De priester zal zich op dat moment waarschijnlijk niet realiseren welke invloed deze groet heeft op het kind, de latere aartsbisschop Desmond Tutu, en daarmee wellicht op Zuid-Afrika. Tutu heeft immers als voorzitter van de Waarheidscommissie een grote rol gespeeld in de verzoening in het Zuid-Afrika van na de Apartheid. De kathedraal is het rijk van God waarin gerechtigheid, vrede en heelheid van de schepping de dienst uitmaken. In het Hebreeuws wordt hiervoor het woord sjaloom gebruikt. Sjaloom is de eerste van de twee bijbelse grondwoorden van deze special waarmee de lokale geloofsgemeenschap het denken over duurzaamheid mag verrijken.
Vanuit dit artikel gaan we een stap verder en doordenken duurzaamheid vanuit christelijk perspectief. De twee bijbelse pijlers van deze doordenking zijn sjaloom en hoop.
|