|
Onderzoek wijst steeds uit dat Nederlanders zich erg gelukkig voelen in hun kleine kring, maar dat ze zich zorgen maken over de samenleving als geheel. Menig cultuurfilosoof beschrijft onze welvarende, westerse samenleving als een cultuur vol angst en onzekerheid; als een samenleving getekend door onbehagen. Op de achtergrond hiervan spelen onderwerpen als globalisering, terrorisme, de dominantie van de economische waarde, de steeds groter wordende kloof tussen armoede en rijkdom en ook klimaatverandering een belangrijke rol. Deze grote thema’s gaan soms gepaard met doemscenario’s. Het christelijke geloof stelt hiertegenover het kleine meisje van de hoop.
Het kleine meisje van de hoop “Het verwondert me niets, dat mensen in Mij geloven”, legt de dichter Charles Péguy God in de mond, “Ik ben overal zo zichtbaar aanwezig ... in het hart van de mens dat het diepste is en het meest in het kind dat het liefste is dat ik ooit heb geschapen.” Dat ze liefhebben verbaast God evenmin. Mensen zouden wel harten van steen moeten hebben als ze het brood niet uit hun mond zouden sparen voor één die te weinig heeft. Het geloof is voor mensen als een trouwe echtgenote, de liefde als een vurige moeder. Op beiden kun je rekenen in tijden van nood. De hoop is echter een heel klein meisje van niks. Iedereen denkt dat de twee volwassen vrouwen dit kleine meisje bij de hand houden en haar de weg wijzen. “Ik weet wel beter”, zegt God, “het is dat kleine meisje hoop dat al wat tussen mensen leeft en al hun heen en weer geloop licht en richting geeft.”
Dit kleine meisje, de hoop, is het tweede bijbelse grondwoord van deze special. Zij is in de gezamenlijke traditie van de kerk één van de drie goddelijke deugden: geloof, hoop en liefde. Tegenover de angst en onzekerheid plaatst de gezamenlijke christelijke traditie de goddelijke deugd van de hoop. Bij alle wisselvalligheid van het bestaan blijven de beloften van God over zijn rijk van sjaloom het fundament voor onze hoop. De hoop op Gods toekomst verandert ons heden. Alleen met dit kleine meisje kunnen wij de immense uitdagingen van vandaag bij de horens vatten. Als die hoop ontbreekt, zoekt een mens geluk in kortstondige bedwelming, in overvloed, in buitensporigheid. Als het kleine meisje ontbreekt dan worden mensen cynisch en sceptisch.Wie is dit kleine meisje?
Interview met Desmond Tutu In onderstaand interview van Joris Luijendijk met aartsbisschop Desmond Tutu in het tv-programma Wintergasten valt dit kleine meisje op. Aangezien we haar beter willen leren kennen, staan we bij dit interview stil. Desmond Tutu is de eerste zwarte aartsbisschop van Kaapstad (Zuid-Afrika), die in de jaren tachtig wereldberoemd werd vanwege zijn strijd tegen Apartheid.

In 1984 ontving hij de Nobelprijs voor de vrede. In 1995 werd Desmond Tutu aangesteld als voorzitter van de Waarheidscommissie. Hij hoorde in die hoedanigheid vele wreedheden die tijdens de Apartheid zijn begaan. Toch lijkt hij desondanks zijn positieve levenshouding niet te zijn kwijtgeraakt. Joris Luyendijk zegt dan ook:
U lijkt een symbool van optimisme. Niets lijkt dat optimisme te kunnen breken...
Desmond Tutu antwoordt daarop: Nee, niet optimisme. Optimisme is oppervlakkiger gebaseerd op hoe de situatie eruit ziet. Wat ik heb is hoop. Dat is iets anders. Hoe de situatie kan worden. Ja, hoop zegt dat de fundamentele realiteit er één is waarin goedheid uiteindelijk zal zegevieren. En dan kan de situatie op 't oog geheel in tegenspraak zijn met die overtuiging. Ik bedoel, kijk naar Darfur. Waar dan ook. Kijk naar Birma...Of Zimbabwe. Kijk naar 't racisme dat de kop weer opsteekt in Europa. Dan kun je zeggen: nee, man, je zit gewoon te dromen. Maar nee, voor mij is het een kwestie van geloof... Op bepaalde gebieden is het al beter aan 't worden. Tegenwoordig staan mensen veel meer open voor sekse-kwesties. Veel meer dan vroeger het geval was. Als je 'n machomannetje bent maakt men je dat snel genoeg duidelijk. Mensen maken zich druk om mensenrechten. Ze worden niet altijd gerespecteerd, maar heb je de ergste dictator ooit horen zeggen: O, ik schend de mensenrechten. Nee, ze zeggen allemaal dat ze die rechten respecteren.
God laat volgens Tutu niet los wat zijn hand begon. Een belijdenis die op zondag ook in vele kerken klinkt. Deze belijdenis wordt vaak geestelijk verstaan. Tutu laat zien dat we God hiermee te kort doen. Dat God niet loslaat wat hij begonnen is, betekent overigens volgens Tutu allerminst dat hij de menselijke inbreng niet serieus neemt. Het interview gaat dan ook verder:
Desmond Tutu: Voor mij geldt dat ik in een God geloof die een ongelooflijk ontzag voor ons heeft. Een god die ons het vermogen geeft om iemand te zijn die zelf beslissingen neemt. En die ons de ruimte geeft autonoom te zijn. En wij kunnen keuzes maken. En 't ongelooflijke is dat god niet steeds aanwipt om ons tegen te houden. Zelfs als we keuzes maken die overduidelijk rampzalig gaan uitpakken. Als hij een ander soort God was geweest had god kunnen ingrijpen om de nazi's tegen te houden.
Joris Luyendijk: Dat vraagt 'n ongelovige zich af: Welke almachtige, goede God zou zoiets toestaan.
Desmond Tutu: Dat bedoel ik juist. Onze god is een god die zegt. Ik heb jullie vrijgemaakt. Bijna zoals dat voor een ouder geldt. Ik weet niet of u kinderen heeft. Misschien nog niet. Maar ze komen op een punt dat ze keuzes maken. En soms zie je dat je kind een keuze maakt die afschuwelijke gevolgen zal hebben. Dat hou je niet tegen. Je kunt proberen ze te overtuigen. Maar ze moeten zelf beslissen.
Toch hebben onze eigen keuzes niet per definitie het laatste woord. "Sta op en klop 't stof van je af en probeer 't opnieuw", heeft volgens Desmond Tutu het laatste woord.
Desmond Tutu ...In wezen zijn we allemaal in staat om te vergeven. We zijn in staat om de ander toch nog 'n kans te geven om opnieuw te beginnen. Als dat niet zo was zou deze wereld niet langer kunnen bestaan. Want we kwetsen elkaar doorlopend. En wij zeggen dat christenen een god hebben die altijd blijft zeggen: Sta op en klop 't stof van je af en probeer 't opnieuw. En als je dan toch weer valt, zegt God niet: Daar zijn we mooi vanaf. Maar hij helpt je overeind, klopt je af en zegt: Probeer 't opnieuw. Met 'n ongelooflijk geduld waar geen einde aan komt. Maar het is volgens mij gewoon zo belangrijk om mensen eraan te blijven herinneren dat de mens in aanleg goed is.
De inzet van mensen voor gerechtigheid en vrede en heelheid van de schepping wordt gevoed door de belofte dat God bezig is om de aarde bewoonbaar te maken voor alle leven. Mensen mogen meedoen met vallen en opstaan. God zelf voorkomt dat kwade machten het laatste woord krijgen. Dit vertrouwen kan een kracht wekken die bergen verzet. Wij hoeven grote problemen als klimaatverandering en de achteruitgang van biodiversiteit niet alleen op onze schouders te nemen. Als we het wel doen dan lopen we al snel vast in krampachtigheid en vermoeidheid. Wanneer we ons te eenzijdig op het Jubeljaar, op het rijk van sjaloom richten, dan lopen we steeds opnieuw in deze valkuil. Aan het Jubeljaar gaat de Grote Verzoendag vooraf. Vrijheid begint met verzoening. We mogen onze onwil, gebrokenheid, kramp, vermoeidheid en beperktheid steeds een plek geven voor we met een schone lei weer verder gaan.
Gespreksvragen: 1.Herken je de omschrijving van onze samenleving als een cultuur vol angst en onzekerheid? 2.Word je wel eens wanhopig van inmense vraagstukken als klimaatverandering? 3.Herken je het verschil tussen optimisme en hoop? 4.Is hoop een gave of kun je het zelf ontwikkelen? 5.Kun je voorbeelden noemen van gebeurtenissen waarin verzoening vooraf ging aan vrijheid?
|