Log-in
     
Profit vanuit christelijk perspectief PDF Print E-mail

Veel kerkenraden en parochiebesturen zullen de komende jaren er over mee kunnen praten: nieuwe en emotionele vraagstukken die loskomen als overwogen wordt kerkgebouwen af te stoten. De Rooms-Katholieke Kerk en de Protestantse Kerk Nederland  verwachten namelijk dat een kwart van de 4200 kerken in Nederland de komende tien jaar de deuren sluit. Van de ongeveer 140 kloosters die nog in gebruik zijn, zijn er over tien jaar vermoedelijk nog maximaal dertig actief. Door het teruglopende kerkbezoek zijn er steeds minder kerken nodig. Maar is er ook minder geld om kerken te onderhouden, zo verklaart de organisatie van het Jaar van het Religieus Erfgoed de afname van het aantal kerkgebouwen in Nederland.

Kerken die gesloten moeten worden omdat niet meer aan de financiele verplichtingen voldaan kan worden, leggen een gevoeligspanningsveld bloot. Het maakt duidelijk dat de P van Profit ook voor geloofsgemeenschappen zeer relevant is. Maar, kiest de geloofsgemeenschap vanzelfsprekend voor een zo hoog mogelijk financieel rendement of zijn er ook andere waarden in het geding?

Wat ons zekerheid biedt
Een balans tussen Profit, People en Planet ziet er op papier vaak zo mooi uit. In de werkelijkheid is de spanning vaak om te snijden. De bijbel is een boek waarin dit spanningsveld ook aan de orde komt. Denk bijvoorbeeld aan de bergrede. Aan het begin dat betrekking heeft op de zorg voor het levensonderhoud, klinken de woorden “Jullie kunnen niet God dienen én de Mammon” (Mattheüs 6:24). De tekst kiest duidelijk positie tegen het tegelijkertijd dienen van God én Mammon.

Mammon is van oorsprong een Aramees woord dat zoveel betekent als vastigheid of bezit. Het verwijst naar datgene wat vastigheid suggereert te bieden aan het bestaan. De toewijding aan de Mammon wordt in de tekst getekend als het gebruikelijke antwoord op de bezorgdheid over eten, drinken, kleding en onderdak. Kortom, het betreft de zorg omtrent het levensonderhoud. De toewijding aan de Mammon behelst zo het vormen van bezit, het opsparen van vermogen. Daarmee kan het ook slaan op het zich vastklampen aan de wens om een zo hoog mogelijk financieel rendement te realiseren. Maar biedt dit zekerheid? Bezit is immers zelf ook kwetsbaar. Het kan gestolen, beschadigd of in brand gestoken worden. De kredietcrisis bewijst eens te meer dat financiele tegoeden verloren kunnen gaan. Daarom dient het verzorgd en verzekerd te worden. Het angstvallig vastklampen aan bezit, van welke aard ook, werkt verlammend. De dienst aan Mammon wordt in Mattheus 6 dan ook onder woorden gebracht met het Griekse woord merimnaein, dat betekent zich angstig ergens bezorgd om maken. Het is een destructieve bezorgdheid die kostbare levensenergie opeist en verteert.

Tegenover deze angstige bezorgdheid staat de toewijding aan God als het vrijmoedig zoeken van de heerschappij van God en de gerechtigheid die daarbij hoort. Het Griekse werkwoord dat als ‘zoeken’ vertaald wordt, is épitzètéein. Het betekent zoveel als ‘iets met de hele wil nastreven’. Deze dienst aan God staat niet simpelweg tegenover de dienst aan Mammon. Er moet weliswaar gekozen worden, maar niet op een manier alsof bezit en levensonderhoud er niet toe doen. Het gaat veeleer om het onderkennen van een toewijding en het stellen van een bewuste prioriteit. Het gaat er om God te dienen en van daaruit met de Mammon om te gaan. We lezen dan vervolgens ook ‘zoekt dan eerst’ (Mattheüs 6:33). Vindt die keuze en prioriteitsstelling niet plaats dan zal het bezit het centrum worden van een krampachtige bezorgdheid. Daarmee zal het afleiden van een gemeenschappelijk zoeken van welvaart en welzijn. De Mammon wordt hier getekend als een kracht die mensen in hun toewijding kan afkoppelen van de gemeenschap en kan opsluiten in een kortzichtig eigenbelang.

Toewijding
Het gaat in het tekstgedeelte in feite niet om het afzweren van de Mammon. De zorg voor het levensonderhoud mag en hoeft niet veronachtzaamd te worden. Het gaat eerder om de indringende vraag waar de toewijding op gericht is. Hoe wordt de toewijding aan de Mammon verontgoddelijkt en voor het aangezicht van God gebracht? Waar het in het praktische leven van alledag op aan komt is het subtiele maar beslissende verschil tussen het omgaan met de zorg voor het levensonderhoud en het moment waarop het omgaan met die zorg het karakter krijgt van het dienen van Mammon.
De tekst heeft de spanningsvolle positie van het tegelijkertijd dienen van God én Mammon als uitgangspunt. Staand in die positie wordt de hoorder of lezer aangesproken. De tekst onderkent daarmee voluit de dubbelzinnige morele werkelijkheid van de maatschappelijke situatie waarin mensen zich bevinden tussen het evangelische appèl en de werkelijkheid van alledag, die haar eigen appèl doet gelden op verantwoordelijkheden en keuzes. Tegelijkertijd wordt deze positie getekend als een onhoudbare, omdat uiteindelijk de toewijding één van beide zal gelden.

Zoek dan eerst ....
De tekst schept ruimte voor het bewust worden van toewijdingen, van spanningsvelden tussen die toewijdingen en de daarmee samenhangende complexiteit bij die keuzes. De toewijding aan God neemt in het tekstgedeelte gestalte aan in het zoeken van de gerechtigheid van het koninkrijk van God. Deze gerechtigheid is in het bijbelse taalveld een gemeenschapsbegrip. Het gaat om het welzijn van de hele schepping. De ijkpunten voor dit begrip worden in het bijbelse taalveld gevonden in de positie van de meest kwetsbaren: de weduwe, de wees, de vreemdeling. In het licht van het eerder beschreven jubeljaar mogen daar ook de dieren, de planten en de aarde aan worden toegevoegd. Deze ijkpunten vormen de bakens bij het zoeken naar de heerschappij van de sjaloom. Het gaat er om God te dienen en van daaruit met de Mammon om te gaan. Dit betekent niet dat de spanningen zijn weggenomen. Wel wordt het spanningsveld benoemt en wordt het duidelijk dat er keuzes gemaakt moeten worden. De zorg omtrent de P van Profit hoeft daarbij niet veronachtzaamd te worden, veeleer gaat het er om een balans te zoeken waarbij de aandacht voor de andere P’s van People en Planet volledig uit de verf kan komen.

Gespreksvragen:

1.Herken je in je geloofsgemeenschap het spanningsveld tussen enerzijds financiële en anderzijds sociale en ecologische waarden?
2.Heb je voorbeelden van hoe de zorg voor het levensonderhoud omslaat in het dienen van de Mammon?
3.Behoort het stoffelijk beheer van de kerk tot het wezen van de kerk?
4.Stelling: Het is naïef om te veronderstellen dat het in het beheer van de kerkelijke gelden niet gaat om het hoogste financiële rendement.
5.De kerk kan alleen voortbestaan als het voldoende financiële middelen heeft.

 
RocketTheme Joomla Templates