Log-in
     
Planet vanuit christelijk perspectief PDF Print E-mail

Lange tijd was klimaatverandering hét onderwerp van gesprek aan eettafels en universiteiten, in parlementen en bestuurskamers en in de kroeg. De vraag was: Is er werkelijk sprake van een klimaat dat verandert mede door toedoen van de mens?
Dit gesprek is vrijwel verstomd. Klimaatverandering kent tegenwoordig een sterke wetenschappelijke onderbouwing. Veel mensen zijn er dan ook ongerust over. Volgens de Duurzaamheidmonitor 2007 maken zes op de tien Nederlanders zich ernstig zorgen over klimaatverandering. Dit is een toename van 50% ten aanzien van 2006. Opnieuw is klimaatverandering het onderwerp van vele gesprekken. De twijfel over klimaatverandering is in deze gesprekken echter vaak vervangen door zorg. Onze nationale weerman Erwin Krol vindt het echter jammer dat er in deze gesprekken bijna nooit iets te horen is over onze prachtige, unieke planeet zelf. “Geen mens wijst op de samenwerking tussen lucht, water, gesteente en leven, op de complexiteit en schoonheid van het systeem aarde. Nergens klinkt het besef door dat we, wanneer we het hebben over het milieu en de aarde, praten over onszelf.”

Erwin Krol en Psalm 104

In zijn recente boek Een warme wereld beschrijft Erwin Krol dat de mens deel uitmaakt van hetzelfde systeem als de pissebedden, vergeet-me-nietjes, bergen, vulkanen, oceaanbekkens, lagedrukgebieden en aardwarmte. Deze natuur kun je zien en ervaren. Erwin Krol vraagt dan ook een verwonderend oog te ontwikkelen voor de uniciteit, complexiteit, pracht en schoonheid van het systeem aarde. Vanuit deze verwondering kunnen we dan voor een zorgzamere omgang met het systeem aarde kiezen. De schrijver van Psalm 104 bezingt ook de complexe relaties tussen bomen, dieren, aarde en mensen. Vanaf vers 10 gaat het over bronnen die de dorst lessen van wilde ezels, over vogels die een nest bouwen in de boom en daar hun lied zingen, over de klipdas die schuilt in de rots en over leeuwen die brullen om prooi. Deze schets van relaties loopt uit op lofprijzing (vers 24):

“Hoe veelzijdig is wat U doet, o Heer,
alles hebt u met wijsheid gemaakt:
de aarde is vervuld van uw kunstenaarschap”

Het zien van het kunstenaarschap van God is niet zozeer geïmponeerd worden door de sterrenhemel, de hoge bergen of de eindeloze zee. Het is vooral oog hebben voor de kleine dingen. Het is oog krijgen voor het fijnzinnige netwerk van de natuur.

Erwin Krol vraagt ook onze aandacht voor dit netwerk. Toch kiest Erwin Krol in zijn boek voor een fundamenteel andere insteek dan Psalm 104.

Empirie vs geloof

Erwin Krol kiest in zijn boek voor de insteek van de empirie. Psalm 104 neemt echter niet de empirie als uitgangspunt, maar het geloof. Was Psalm 104 een lofzang geweest op basis van de empirie dan zou het een naïeve Psalm zijn. Alsof alle schepselen voor elkaar zorgen en elkaar het leven mogelijk maken. Natuulijk weet de psalmist wel dat de natuur vol is van moord en doodslag. Hij weet dat het voedsel van de leeuw een ander dier was. Hij weet dat het dier door de leeuw gedood is en daarbij waarschijnlijk bang was en veel pijn geleden heeft. De insteek van de psalmist is echter niet de empirie, maar het geloof. Daarom bezingt de Psalm de natuur op haar hoogtepunt. De schepping ontvouwt zich op haar hoogtepunt als een wederzijdse afhankelijkheid van alles wat leeft. De wateren, bergen, wilde ezels, steenbokken, klipdassen en de mens zijn allemaal met elkaar verbonden, zijn dienstbaar aan elkaar en komen zo tot hun bestemming. Op dit hoogtepunt zien we niet de ongetemde kracht van de natuur of de onderwerping van de natuur door de mens. Op haar hoogtepunt zien we een netwerk van zorgzaamheid waarin alles met elkaar is verbonden. Dit hoogtepunt verwijst naar God en zijn rijk. De Psalmist kiest dus een fundamenteel andere invalshoek dan Erwin Krol. Vertrekpunt is niet het zien, maar het geloven. Vanaf het begin is God al bezig met de bevrijding van de schepping en het vormgeven van zijn rijk. Hij geeft de chaos een plaats en is bezig om de aarde tot een woning voor al wat leeft te maken. Soms moet er hard opgetreden worden, maar in principe is de aarde een goede plaats om te wonen. Natuurlijk zijn er krachten en dieren in de natuur om bang voor te zijn en rekening mee te houden, Maar de natuur zelf is geen vijand en hoeft dus niet bestreden en onderdrukt te worden. God roept de mens om mee te doen. Die mens heeft in de bijbelse visie opdracht gekregen om de aarde te bewerken en te bewaren.

Cultuurproblematiek

Het bewerken van natuur tot cultuur zit in het bloed van de mens. Om zich een woonplaats in de natuur te verschaffen maakt de mens gebruik van de techniek. Vroeger was de inzet van de techniek nog zeer beperkt, bijvoorbeeld door het gebruik van pijl en boog. Tegenwoordig heeft de techniek een enorme invloed op ons leven. We zijn op vele fronten gebonden aan de techniek: computer, verlichting, internet, mobieltjes, etc.. Wanneer we in Nederland om ons heen kijken, wordt de techniek volop gebruikt om natuur om te zetten in cultuur: woningen, steden, spoorrails, wegen, dijken, zelfs weilanden, bossen en de dierentuin. Deze kunstmatige leefomgeving beschermt de mens en verschaft vele mogelijkheden. Tegelijkertijd keert deze bewerking zich op dit moment tegen de schepping, bijvoorbeeld door de uitstoot van CO2 en de bijbehorende verandering van het klimaat. Tevens worden veel dieren en ecosystemen bedreigt door onze vormgeving van de cultuur. De rode lijst van het IUCN (International Union of World Conservation) laat zien dat 40% van de onderzochte soorten in de natuur met uitsterven wordt bedreigd. Concreet betekent dat 1 op de 4 zoogdieren, 1 op de 3 planten, 1 op de 8 vogels en bijna de helft van alle reptielensoorten. Dit zijn we weerspiegeld in foto's en grafieken van de Living Planet Index 2008. Ook onze eigen huismus staat op de rode lijst van bedreigde broedvogels.

Paradox
We stuiten hier dus op een paradox. Het doel van de techniek is weliswaar om het menselijk leven te beschermen, te dienen en te bevorderen, maar op dit moment schaadt en bemoeilijkt zij het echter ook. De wijze waarop wij onze cultuur, bijvoorbeeld woningbouw, infrastructuur, industrie en landbouw vormgeven, is vaak een bedreiging voor de aarde, dieren, planten en bomen en daarmee uiteindelijk ook voor de mens. De schepping kreunt en zucht. De aarde is wel bewerkt, maar bewaard?

Waarom bewerkt de mens de natuur op deze manier? De theoloog Erik Borgman stelt dat het de angst is die ons hier brengt. De angst voor de natuur als een grillige en onbedwingbare kracht, die door groots machtsvertoon in bedwang moet worden gehouden. Maar nog veel belangrijker is de angst voor de armoede en achterstand, angst voor de schaarste die ervoor zorgt dat mensen niet op hun eigen ervaring durven vertrouwen bij het vormgeven van het goede leven. Daarom besteden we de zeggenschap over het goede leven uit aan deskundigen. Deskundigen bepalen wanneer onze economie goed draait en wat dit ‘goed draaien’ inhoudt. Psalm 104 gaat niet met deze angst in debat, maar toont een ander beeld van de schepping. Het toont een ander beeld van de verhouding tussen de mens en de niet-menselijke schepping waarin de angst niet regeert. Volgens Borgman is de belangrijkse bijdrage van het scheppingsgeloof aan de milieucrisis dat er wel vijanden in de natuur zijn, maar dat de natuur geen vijand is. De natuur hoeft dus niet bestreden te worden. Hierdoor verdwijnt de reden om de natuur te onderdrukken. De mens mag de aarde bewerken, maar ook bewaren. Nu de chaos niet constant op de loer ligt, ontstaat er ruimte om beter na te denken over een andere omgang met de natuur.

Een belangrijke bouwsteen in deze omgang is de poging om te groeien in fijngevoeldigheid ten aanzien van de niet-menselijke schepping. Onbekend maakt immers onbemind. Dit betekent het ontwikkelen van fijngevoeldigheid ten aan zien van de vogels in de nesten, de wilde ezels in het veld en de klipdas in de kloof. Hiervoor zijn plaatsen nodig waar het mogelijk is om contact te hebben met de natuur. Plaatsen waar de natuur kan worden ontmoet, maar ook waar je je eigen plaats leert waarderen in de natuur.

Volwassen omgang met de natuur
Deze fijngevoeligheid ten aanzien van de natuur moeten kinderen vanaf hun prilste jeugd al aangeleerd krijgen en moet deel uitmaken van hun omgeving. Dit is echter niet mogelijk zonder regelmatige intieme omgang. Daarom is directe nabijheid van natuur in de eigen leefomgeving zo belangrijk. Nabijheid waarin je kunt leren omgaan met de natuur en je eigen plaats in de natuur leert kennen. Naast deze nabijheid dient ook afstand geleerd te worden. De natuur heeft soms ook ruimte nodig waar een mens niet hoort te zijn. Een geloofsgemeenschap in de stad kan de kinderen regelmatig meenemen naar het bos, de boerderij of een natuurcursus, zodat ze nabijheid en afstand kunnen leren. Maar misschien zijn kinderen niet zo zeer het probleem. Aarde en dieren spelen vaak al een grote rol in kinderboeken en in het leven van een kind. Maar wat heb je als volwassene nog met dieren, planten en bomen? Misschien ga je op zondagmiddag naar het bos, op vakantie naar de bergen of een natuurpark, maar welke rol speelt de natuur in het dagelijkse leven? Volgens Midas Dekkers spelen dieren in de Nederlandse literatuur vrijwel geen rol? Waarom niet? Hebben de kinderlijke ervaringen van aandacht voor en spelen met de natuur een verdieping gekregen? Of zijn volwassenen ten prooi gevallen aan wat Antoine de Saint-Exupéry in 'De kleine prins' als volgt omschrijft: “alle grote mensen zijn eerst kinderen geweest. Maar er zijn er niet veel die zich dat nog herinneren.”

De kleine prins Als afsluiting volgen we de kleine prins. Hij was ongelukkig geworden van die ene roos op zijn planeet, omdat hij haar beoordeelde op haar woorden in plaats van haar daden. Daarom vluchtte hij van haar weg. Op een andere planeet ontmoet hij de vos. Deze ontmoeting schept ruimte om te leren omgaan met zijn roos.

"Wie ben jij?" vroeg de kleine prins. "Je bent erg leuk..." "Ik ben een vos", sprak de vos. "Kom met me spelen", stelde de kleine prins hem voor, "ik ben zo verdrietig..." "Ik kan niet met je spelen", zei de vos. "Ik ben niet getemd.""Ach, neem me niet kwalijk", zie de kleine prins. Maar na even nadenken voegde hij eraan toe: "Wat betekent dat, -getemd-?"..."Dat wordt maar al te vaak vergeten", zei de vos. "Temmen betekent het scheppen van een band." "Het scheppen van een band?" "Jazeker", sprak de vos. "Jij bent voor mij nog maar een jongetje, precies gelijk aan honderdduizend andere jongetjes. Ik heb jou niet nodig. En jij hebt mij ook niet nodig. Ik ben voor jou niet meer dan een vos, precies gelijk aan honderduizend andere vossen. Maar als jij mij temt, zullen we elkaar nodig gaan hebben. Dan word jij voor mij de enige ter wereld. En ik word voor jou de enige ter wereld..." "Ik begin het te begrijpen", zei de kleine prins. "Er is een bloem ... en ik geloof dat zij mij getemd heeft...." .... "Maar de vos kwam terug bij zijn uitgangspunt: "Mijn leven is eentonig. Ik jaag op kippen, de mensen jagen op mij. Alle kippen lijken op elkaar en alle mensen lijken op elkaar. Dus verveel ik me een beetje. Maar als jij mij temt, zou mijn leven als zonovergoten zijn. Dan zou ik geluid van voetstappen kennen dat anders was dan alle andere. Andere voetstappen doen mij wegkruipen onder de grond. De jouwe zouden mij uit mijn hol lokken, als een muziekje."... "De vos zweeg en bekeek de kleine prins langdurig: "Alsjeblieft... tem mij!" sprak hij. "Dat wil ik best", antwoordde de kleine prins, "maar ik heb niet veel tijd. Ik moet vrienden ontdekken en heel veel dingen leren kennen." "Je kent alleen de dingen die je getemd hebt", zei de vos. "De mensen hebben geen tijd meer om ook maar iets te leren kennen. Ze kopen kant-en-klare dingen bij kooplieden. Maar omdat er geen kooplieden bestaan die vrienden verkopen, hebben de mensen geen vrienden meer. Als je een vriend wilt, tem mij dan!" "Wat moet ik doen?", vroeg de kleine prins. "Je moet erg veel geduld hebben", antwoordde de vos. "Je gaat eerst een beetje bij mij vandaan zitten in het gras, zoals nu. Dan bekijk ik je uit een ooghoek en jij zegt niets. Taal is alleen een bron van misverstanden. Maar elke dag kun je een beetje dichterbij komen zitten..." De volgende dag kwam de kleine prins terug. "Je had beter op dezelfde tijd kunnen terugkomen", zei de vos. "Als je bijvoorbeeld om vier uur 's middags komt, begin ik om drie uur al gelukkig te worden. Hoe meer het tijdstip dan dichterbij komt, des te gelukkiger ik word. Om vier uur ben ik dan al opgewonden en ongerust; zo leer ik de prijs van het geluk kennen! Maar als je op een willekeurig moment komt, weet ik nooit wanneer ik mijn hart erop moet instellen... Je hebt rites nodig.""Wat is een rite?" vroeg de kleine prins. "Dat wordt maar al te vaak vergeten", zei de vos. "Een rite maakt dat een dag anders is dan andere dagen, een uur anders is dan andere uren... Zo temde de kleine prins de vos. En toen het uur van vertrekken naderde, zei de vos: ...

"Vaarwel", sprak de vos. "Hier heb je mijn geheim. Het is erg eenvoudig: alleen met je hart kun je goed zien. Het wezenlijke is onzichtbaar voor het oog.... Het is de tijd die jij aan je roos besteed hebt, die jouw roos zo belangrijk maakt. De mensen zijn die waarheid vergeten", zei de vos. "Maar jij moet die nooit vergeten. Je blijft altijd verantwoordelijk voor wat je getemd hebt. Jij bent verantwoordelijk voor je roos..." "Ik ben verantwoordelijk voor mijn roos...", herhaalde de kleine prins om het goed te onthouden.

Gespreksvragen:
1.Herken je je in het verschil tussen schepping en natuur?
2.Herken je de angst om het goede leven vorm te geven zoals jij denkt dat het goed is? Zo ja, waar komt deze angst vandaan?
3.Heb je zelf voorbeelden van een volwassen omgang met de natuur? Wat is hiervan de sleutel?
4.Op welke wijze kan een volwassen omgang met de 'niet-menselijke schepping' worden vormgegeven binnen jouw geloofsgemeenschap?

 
RocketTheme Joomla Templates