Log-in
     
People uit christelijk perspectief PDF Print E-mail

Ik stond met mijn moeder op de veranda van een hostel. Deze lieve vrouw bestond niet in de ogen van de wereld. Toen passeerde er een grote witte man met een zwierige draf. Hij was gehuld in een zwarte toog. Hij nam zijn hoed af en groette mijn moeder. Ik stond perplex; een blanke man die zijn hoed afneemt voor een zwarte vrouw! Zulke dingen gebeuren niet in het echte leven.

Dit gebaar laat een onuitwisbare indruk achter op het kind, de latere aartsbisschop Desmond Tutu.
In de Engelse krant Guardian van 21 april 1998 beschrijft Desmond Tutu deze ontmoeting: “Het hielp mij om te beseffen tot in het diepst van mijn ziel dat wij kostbaar zijn voor God en voor deze blanke man. Misschien heeft het mij geholpen om niet anti-blank te worden, ondanks de hardvochtige behandeling die we van de meesten blanken ondervonden.” Hij schrijft dit stuk in de krant als eerbetoon aan de blanke man die zijn hoed afnam voor zijn ongeletterde moeder, bisschop Trevor Huddleston (1913-1998).

Alle mensen zijn beeld van God
In de verhalen over het rijk van God, het rijk waarin sjaloom woont, zijn alle mensen gelijkwaardig. Deze gelijkwaardigheid vinden we ondermeer terug in het verhaal van Genesis 1. De mens is door God geschapen en wel naar zijn beeld (Gen 1: 26, 27). De gedachte dat mensen gelijkwaardig zijn lijkt tegenwoordig vanzelfsprekend, maar is dat ook zo? Er hoeft vaak toch maar iets te gebeuren en mensen zijn niet meer primair gelijkwaardig, maar behoren tot een bepaalde groep getekend door etniciteit, geloof, intelligentie of geaardheid. In de tijd dat het Bijbelboek Genesis ontstaat, is gelijkwaardigheid van mensen in elk geval niet vanzelfsprekend. Het bijbelboek ontstaat te midden van verhalen van verschillende volkeren in het oude Mesopatomië. Toch is het meteen ook een kritische reactie op de imponerende en prestigieuze cultuur van Mesopotamië. In deze cultuur werd alleen de koning gezien als beeld van God. Daardoor kreeg het concept legitimiteit dat de mensen moesten werken in dienst van de koning. Genesis vertelt echter van God die Adam schiep naar zijn beeld (Genesis 5:1). Adam draagt dit over op zijn zoon en daarmee op het hele menselijke geslacht. In Genesis zijn dus alle mensen geschapen naar het beeld van God, mannen en vrouwen zowel elitair als niet-elitair. Op basis hiervan is elke mens van onschatbare waarde en mag dus primair geen middel zijn voor andere mensen. Het feit dat elk mens van onschatbare waarde is, gaat vooraf aan zijn prestaties, zijn netwerken, zijn geloof, afkomst en geaardheid. Elk mens heeft recht op leven en op samenleven.

Fijngevoeligheid
Dit fundamentele gezichtspunt van het rijk van God dient steeds weer in elke specifieke context te worden geïnterpreteerd, doordacht en uitgewerkt. Het Jubeljaar in Levitcius is hier een uitwerking van, maar dit gezichtspunt mag ook vandaag de dag steeds opnieuw uitgewerkt worden. Dit vraagt om fijngevoeligheid. Waar haal je echter die fijngevoeligheid vandaan? Waarom ziet Trevor Huddleston een zwarte, ongeletterde moeder staan, terwijl de maatschappij van het Zuid-Afrika in die tijd haar niet ziet staan? Waar haalt de latere bisschop deze fijngevoeligheid vandaan. De kerk van Schotland omschrijft fijngevoeligheid als de kern van spiritualiteit. Spiritualiteit is volgens haar een poging om te groeien in fijngevoeldigheid ten aanzien van jezelf, anderen, de niet-menselijke schepping en God, die in en boven dit alles is.

Veel lijden en onrecht ontstaat niet doordat mensen er doelbewust aan bijdragen. Vaak zien mensen het niet, maar dragen er ongewild aan bij of laten ongewild mogelijkheden liggen om het lijden en onrecht te bestrijden. Fijngevoeligheid begint wellicht met het toelaten van lastige vragen bij jezelf. Maar laat je jezelf toe om verstoord te raken. Laat je het toe dat lastige vragen jouw uit het evenwicht brengen? De bijbel daagt ons steeds opnieuw uit onze gedachten en ons handelen onder de loep te nemen. Ze daagt ons steeds opnieuw uit om onze beelden te onderzoeken. Daarom wordt het dagelijks leven steeds onderbroken door vaste inzettingen. De sabbath keert elke week terug. Het sabbatsjaar keert om de zeven jaar terug. Het jubeljaar keert periodiek terug. De Verzoendag keert steeds terug. Steeds opnieuw roept God roept ons om onze zekerheden en beelden te ondervragen en te toetsen aan zijn rijk van sjaloom. In de geloofgemeenschap is dat niet anders. Daarom tot slot twee voorbeelden uit de concrete praktijk van de geloofsgemeenschap.

De ander dichtbij
Na de aanslag van 11 september 2001 op de Twin Towers in New York lijkt er veel aan de hand te zijn, ook in Nederland.

Vooral in de omgang met anderen: mensen uit het Midden Oosten en mensen met een Islamitische geloofsovertuiging. De leden van de Geertekerk in Utrecht hebben samen met moslims uit de moskee van Overvecht een aantal avonden georganiseerd over duurzaamheid. Samen denken ze op dit podium na over hun verantwoordelijkheid in de zorg voor de aarde. Het gezamenlijk streven naar duurzaamheid biedt op deze wijze ook een podium waar gelovigen, anders-gelovigen en niet-gelovigen elkaar kunnen ontmoeten. Verschillende tradities kunnen elkaar op deze manier uitdagen om vanuit de eigen identiteit duurzaamheid vorm te geven. Deze ontmoetingen creëren echter ook de ruimte om de eigen gedachten en beelden te laten verstoren. De ander blijkt dan vaak anders dan gedacht. Het vraagt wel moed om deze verstoring toe te laten. De inzet voor een gezamenlijk doel biedt zo ruimte om zwart-witbeelden, soms zelfs vijandbeelden, van elkaar in te kleuren op basis van concrete ervaringen. De gezamenlijke inzet voor duurzaamheid kan zo de polarisatie in de maatschappij verminderen en de kwaliteit van samenleven verbeteren.

De ander ver weg
De geloofsgemeenschap koopt veel producten, die elders in de wereld geproduceerd zijn: koffie uit Zuid-Amerika, bloemen uit Kenia en houten banken uit Indonesie. Met deze aankopen haalt de geloofsgemeenschap de wereld in huis. Toch is het erg lastig om de wereld achter deze producten zichtbaar te maken. Vaak is alleen de prijs van de goederen zichtbaar. Deze prijs is meestal geen afspiegeling van de wereld achter het product. De prijs wordt veel meer bepaald door anonieme krachten op de internationale markt. Juist vaak vanwege deze anoniemiteit, gaat het kostenbewustzijn van de consument slechts zelden verder dan de te betalen prijs. Kostenbewustzijn betekent dan het bewust zijn van het eigen financiële belang. Dit is veelal de laagste prijs.

Gelovigen geven veel geld uit aan goede delen, dat blijkt elk jaar weer uit onderzoeken. Als het daarbij blijft, wordt dan aan ieder gegeven waar hij of zij recht op heeft? Is dat gerechtigheid? Gerechtigheid betekent ook een eerlijke prijs betalen voor goederen op de markt. Sociale (en ecologische) keurmerken bieden steeds meer mogelijkheden om een rechtvaardige prijs te betalen. Een prijs die recht doet aan de ander. Deze keurmerken proberen alle sociale (en ecologische) kosten van een product weer te geven in de prijs. Zo proberen ze ‘ieder het zijne te geven’. Hierdoor kunnen producenten op basis van hun eigen inkomsten voorzien in basisvoorzieningen en bouwen aan een menswaardig bestaan. Dat keurmerken niet perse duurder zijn, bewijst het keurmerk Utz Certified. Veel geloofsgemeenschappen in binnen- en buitenland laten zich in hun inkoopbeleid leiden door dergelijke keurmerken. Zo is in de landen om ons heen het initiatief Fair Trade Church al een groot succes. Waarom zou dat in Nederland niet kunen? Gerechtigheid in de boodschappen betekent heel concreet bijdragen aan sjaloom. Dat is nog eens leuk shoppen!

Gespreksvragen:
1.Kun je lijden en onrecht noemen waar mensen onbewust of ongewild aan bijdragen?
2.Laat jij het toe dat lastige vragen jou uit je evenwicht brengen?
3.Hoe kun je fijngevoeligheid ontwikkelen ten aanzien van andere mensen? Kun je hier voorbeelden van noemen?
4.Wat vind je van de omschrijving van spiritualiteit door de kerk van Schotland?
5.Op welke wijze kan jouw geloofsgemeenschap eraan bijdragen om fijngevoeligheid te ontwikkelen?

 
RocketTheme Joomla Templates